Tagarchief: morfologische velden

De relatie tussen geest en ziel


The timing of astral disembodiment in which the spirit leaves the body has been captured by Russian scientist Konstantin Korotkov, who photographed a person at the moment of his death with a bioelectrographic camera.

Begripsverwarring

De woorden 'ziel' en 'geest' worden in onze taal door elkaar gebruikt, maar zijn niet helder gedefinieerd en mijns inziens niet synoniem.

De woorden komen veelvuldig voor in het taalgebruik, in verschillende en soms ook overeenkomende betekenissen. Een paar voorbeelden:
de geest geven versus zieltogend;
geestverwanten versus zielsverwanten.

Ook in andere uitdrukkingen komen we de woorden tegen: met hart en ziel, De Heilige Geest, geestrijk vocht, de ziel van een fles, geestdodend, zielig, geestig, et cetera.
In het taalgebruik zou een goed onderscheid welkom zijn, om verwarring in de betekenis te voorkomen. Wie er de Van Dale op naslaat, wordt ook niet veel wijzer.

Concilie van Constantinopel

De begripsverwarring is onder andere veroorzaakt doordat tijdens het vierde Concilie van Constantinopel (870 na Chr.) werd bepaald dat de mens een ‘rationele en intellectuele ziel’ heeft (Canon 11). Anders geformuleerd: Er werd vastgesteld dat de mens uit twee delen bestond, uit lichaam en ziel, waarbij de ziel enige geestelijke eigenschappen had. Het begrip ‘geest’ werd in dat concilie exclusief door de Rooms-Katholieke kerk geclaimd. Hiermee kwam een einde aan de idee, dat de ‘ziel’ en de ‘geest’ twee kanten van dezelfde medaille zijn. Het Protestantisme verwerpt overigens de conclusies van dat vierde concilie.

De betekenis van 'ziel'

In het Woordenboek der Nederlandsche Taal vinden we meer over de oorsprong van de woorden ‘ziel’ en ‘geest’.
Het woord ‘ziel’ betekent oorspronkelijk: inwendige ruimte, afgesloten holte, nauw aansluitend jasje. Het hangt samen met het oude woord ‘salida’: woonplaats, onderkomen, zaal. Het houdt ook verband met ‘saiwala’, een oud woord dat binnenzee of meer betekent, wat een afgesloten hoeveelheid stilstaand water is; de ziel heeft ook dat aanzicht. Ziel hangt verder samen met het oude woord ‘aiolos’, met de betekenis van: het beweegbare, het veranderlijke. Dit betekent dat het begrip ‘ziel’ wordt uitgebeeld door het stilstaande water, dat door iets anders wordt bewoond en door iets anders kan worden bewogen, namelijk door de geest, die er ook de bron van is.

De betekenis van 'geest'

Het woord ‘geest’ hangt onder andere samen met het oude woord ‘geisa’: koken, bruisen; met ‘geiser’: een regelmatig uit zichzelf werkzame springbron en met ‘gutsen’: krachtig uitstromen. Verder hangt het samen met ‘gist’, waarvan de betekenis is: het van leven bruisende. Daarnaast betekent ‘gist’ ook: het wezenlijke. Het woord 'geest' houdt bovendien verband met het oude woord ‘usgeisnan’, met de betekenis van: datgene, dat in vervoering kan raken en uit kan treden (‘uitgeesten’). Dat betekent dat het begrip ‘geest’ wordt uitgebeeld door de uit zichzelf werkzame bron van bruisend, levend water, die in beweging kan komen en kan rusten. Hiervan uitgaande ben je als geest het wezenlijke, de levende, werkzame eenheid; je bent de uit zichzelf bewegende kracht: de levenskracht.

De goddelijke kern

Als je aan mensen vraagt wat er na de dood naar de hemel gaat, dan zul je in veel gevallen als antwoord ‘de ziel’ krijgen. Etymologisch zou je echter beter kunnen zeggen dat ‘de geest’ naar de hemel gaat – terug naar de ‘algeest’ – in de aanname dat de ‘geest’ de goddelijke kern is in elk mens.
Dit beeld past ook in het geloof in reïncarnatie, waarbij de ‘geest’ tijdens de conceptie weer bezit neemt van een nieuw stoffelijk omhulsel. De ‘ziel’ is dan de optelsom van alle ervaringen, kennis en kunde die een mens in zijn leven opdoet. De ‘geest’ is dan het gemeenschappelijke – de goddelijke kern – in elk mens; de ‘ziel’ onderscheidt ons van andere individuen.

Geestkunde

Freek van Leeuwen beschrijft de relatie tussen ‘geest’ en ‘ziel’ op beeldende wijze in zijn boek Geestkunde:

“De geest is de scheppend werkzame vormkracht. De geest is de kracht die werkt, arbeid verricht en in beweging brengt door middel van zijn eigen vermogens. Het is de geest die met behulp van zijn geestelijke vermogens een geestelijke ontwikkeling doormaakt naar hereniging met de algeest. De ziel is daarentegen de afgesloten holte, de binnenkamer, de binnenwereld, waarin de geest als middelpunt aanwezig is. De geest is de kern, de geest is het hart van de ziel. Als de geest in zichzelf werkzaam wordt door middel van zijn vermogens, dan straalt de geest om zich heen een krachtruimte uit (Latijn ‘aura’: uitwaseming).

De ziel is de van de geest als kracht uitstralende krachtruimte in de vorm van een ruimte die bewoonbaar en vormbaar is. In die ruimte kunnen door de geest denkbeelden worden afgedrukt en herinneringen vastgehouden en opgeroepen. Zij worden daar door de geest opgeroepen en bewerkt en verwerkt met behulp van zijn vermogens.
De ziel omvat een deel met inhouden, waarvan je je bewust bent doordat je het in je eigen binnenwereld kunt waarnemen: de bewustzijnsruimte.”

Het concept collectieF bewustzijn van Carl Gustav Jung en de morfologische velden van Rupert Sheldrake zijn interessante benaderingen om eens na te denken over de samenhang tussen de begrippen ruimte-tijd, geest en ziel.

© Frank van Exter

Advertenties

De morfologische velden van Rupert Sheldrake

Rupert Shedrake

Rupert Sheldrake (28 juni 1942) is een Engels doctor in de celbiologie en auteur van vele boeken. Sheldrake kwam in de jaren 90 sterk in het nieuws als een van de deelnemers aan het spraakmakende VPRO-programma Een schitterend ongeluk van Wim Kayzer. Hij heeft het concept morfisch veld verder ontwikkeld, gebaseerd op het oudere begrip morfogenetische velden. Dit begrip werd eerder gebruikt door T.H. Huxley en de Franse filosoof Henri Bergson via het begrip ‘noösfeer’ van de paleontoloog/jezuïet Teilhard de Chardin.

Hij heeft onderzoek gedaan naar en geschreven over onder andere de ontwikkeling en het gedrag van dieren en planten, telepathie, perceptie en metafysica. Hij heeft zijn focus speciaal gericht op die vraagstukken die (nog) geen oplossing hebben gevonden, zoals het gedrag en de communicatie onderling van mieren, duiven die hun hok terug vinden, honden die de thuiskomst van hun baas ‘weten’, etc. Hij doet dit door fundamenteel experimenteel onderzoek met een zeer beperkt budget. Sheldrake is afgestudeerd en gepromoveerd aan de Universiteit van Cambridge.

Een onorthodoxe wetenschapper

Rupert Sheldrake is een bijzondere wetenschapper met onorthodoxe denkbeelden. Bewonderd door vele tijdgenoten, maar ook verguisd als pseudo-wetenschapper, die geen toetsbaar bewijsmateriaal aandraagt voor zijn stellingen. Maar zijn opvattingen stemmen wél tot nadenken over wezenlijke vraagstukken. In zijn boek Zeven experimenten die de wereld kunnen veranderen bepleit Sheldrake fundamenteel onderzoek om antwoorden te vinden op de volgende vraagstukken:

  • Huisdieren bezitten het vermogen om de thuiskomst van hun baasje aan te voelen.
  • Duiven kunnen hun thuis terugvinden, zelfs als hun til verplaatst wordt
  • Groepen blinde termieten bezitten het vermogen om te communiceren over de bouw van hun heuvel
  • Mensen voelen aan wanneer ze van achteren bekeken worden
  • Mensen met geamputeerde ledematen, voelen soms nog pijn in hun weggenomen lichaamsdeel. Is deze pijn echt of verbeelding?
  • Is het mogelijk dat de fundamentele constanten in de huidige wetenschap toch niet zo constant zijn?
  • De verwachting van de onderzoeker van een psychologisch verschijnsel kan de resultaten beïnvloeden; is dit ook zo bij de exacte wetenschap?

Het morfologische veld

Een morfisch veld (Engels: morphic field) is een door de Britse wetenschapper Rupert Sheldrake geïntroduceerd begrip waaraan de theorie van morfische resonantie gekoppeld is. Deze hypothese is gebaseerd op de veldtheorie waarbij een holistische benadering wordt gebruikt.

De theorie stelt dat er uitwisseling van informatie door groepen van gelijkaardige morfische eenheden plaats vindt, via morfische velden, die een collectief geheugen vormen. De term morfisch veld omvat morfogenetische, gedrags-, sociale-, culturele- en geestelijke velden.

Michael Faraday was, in de jaren 1840, de eerste die het veldbegrip in de wetenschap gebruikte, en wel in verband met elektriciteit en magnetisme. Cruciaal was zijn inzicht dat we onze aandacht niet moeten richten op een energiebron, maar op de ruimte er om heen. De theorie rond de morfische velden richt zich op de vraagstukken rond gewoontevorming in de natuur zoals: kristalvorming, de oriëntatie van duiven op de weg terug naar hun hok, het termietengedrag voor het bouwen van burchten, onderzoek naar fantoomledematen en waarom honden weten wanneer hun baasje in aantocht is, of hoe een persoon "voelt" dat er iemand naar deze persoon staart.

Collectief geheugen

Nu we de theorie kennen achter het morfologische veld, durven we, niet gehinderd door kritische wetenschappers, het ‘collectieve geheugen in ruimte en tijd’ door te trekken naar onze eerdere beschouwing over synchroniciteit. Als er inderdaad sprake is van een collectief onderbewustzijn (Carl Gustav Jung), dan zou de morfologische veldtheorie de oorzaak kunnen zijn van synchroniciteit, van zinvol toeval.

Volgens sommigen heeft synchroniciteit haar wortels in de kwantumfysica; experimenten tonen namelijk aan dat er in werkelijkheid nauwelijks scheiding tussen materie bestaat. Alles is op alle niveaus een constant bewegend web van informatie, dat uiterst gevoelig is voor de bewegingen van ander delen van zichzelf. Zo kunnen twee fotonen door een enorme afstand gescheiden zijn, maar kan een verandering in het ene foton toch een gelijktijdige verandering in het andere bewerkstelligen.

De sleutel is wellicht correlatie in plaats van causaliteit. Twee gebeurtenissen kunnen verbonden zijn zonder een ‘oorzaak-gevolg’ relatie te hebben. Er is geen duidelijke grens tussen synchroniciteit en intuïtie; soms lijkt het alsof beide aan het werk zijn. Intuïtie kan u in en bepaalde richting leiden, maar meestal geeft ook het universum u een duwtje in de rug. Er zijn blijkbaar zowel interne als externe gebeurtenissen die op een of andere manier samenwerken. Er wordt gezegd dat alleen degenen die voor synchroniciteit openstaan dit ervaren. Hoe meer iemand zich er bewust van wordt, des te vaker het voorkomt. Wellicht dat dit artikel over Rupert Sheldrake en de blog post over synchroniciteit ook een duwtje geeft.

Bronnen

Wikipedia

Loesje.info

© Frank van Exter