Tagarchief: Einstein

Filosofie, om over na te denken

Ik weet over veel dingen heel weinig  

Citaat Frank van Exter  

Wat houdt filosofie in?   

In het Grieks is het woord philosophía (φιλοσοφία) een samenstelling van de woorden voor liefde (φιλέω= ik houd van, φιλειν = houden van, φίλος = vriend, φιλία = vriendschap) en voor wijsheid (σοφία = wijsheid).

Filosofie of wijsbegeerte is de oudste theoretische discipline die het verlangen en het streven uitdrukt naar kennis en wijsheid. Zij kwam voor het eerst echt op in de 6e eeuw v.Chr.. Een beoefenaar van de filosofie wordt een filosoof of wijsgeer genoemd.
Oorspronkelijk betekende filosofie dus eenvoudig: “liefde voor wijsheid”. Het woord filosoof verving aldus het woord sofist, dat gebruikt werd om “wijze mannen” of leraren in de retorica aan te duiden. Enkele van de vroege sofisten waren wat we nu filosofen zouden noemen. In de dialogen van Plato stelt Socrates vaak filosofen tegenover sofisten, die Socrates karakteriseert als oneerlijk en destructief, omdat ze hun onwetendheid camoufleren achter woordspelingen en vleierij, en anderen pogen te overtuigen van wat onwaar en zonder grond is. Aristoteles nam deze visie op de sofisten van Socrates en Plato over. “Sofist” is hierdoor nog steeds een minachtende uitdrukking voor hen die anderen met hun redenaarskunst willen overtuigen zonder enige interesse in wijsheid of waarheid.
In het dagelijks spraakgebruik wordt de term filosofie gebruikt om elke vorm van wijsheid of levensbeschouwing aan te duiden (zoals in “iemands filosofie”) of iemands uitgangspunten (zoals in “het sluit niet aan op de filosofie achter dit plan”). Dit verschilt van het begrip filosofie in een academische context, zoals deze in dit artikel gehanteerd wordt.  

Bron: Wikipedia  

Het moderne filosofische denken  

Tijdens de Griekse oudheid verstonden onder meer Plato en Aristoteles onder filosofie het gehele gebied van de menselijke kennis. Zowel het bestuderen van de sterren als de menselijke natuur was dus object van de filosofie. Deze studies werden later echter het domein van de astronoom en de psycholoog, en op die manier werden vele disciplines die voordien aan de filosoof waren voorbehouden nu opgeëist door moderne wetenschappers. In de 18e eeuw stelde de Duitse filosoof Immanuel Kant zich in zijn Kritik der reinen Vernunft (1778) de vraag wat dan wel het onderwerp van filosofie was of diende te zijn. Hij ging daarbij uit van vier fundamentele vragen die de kernproblemen van de filosofie vormden:
– Wat kan ik weten?  

  • Wat moet ik doen?  

  • Wat mag ik hopen?  

  • Wat is de mens?  
    Het behandelen (en oplossen) van deze vier essentiële filosofische vragen gebeurt in vier kerndisciplines van de filosofie, respectievelijk de kentheorie, de ethiek, de metafysica (of ontologie) en de filosofische antropologie. 

We bestuderen steeds meer van minder  

Met deze basisproblemen is natuurlijk geen volledig beeld geschetst van alle disciplines waarmee de moderne filosoof zich kan bezighouden: te denken valt aan de moderne taalfilosofie, argumentatieleer en logica, alsook andere vrij recente ‘toevoegingen’ als sociale en politieke filosofie.
De verschillende vakgebieden zijn:
– Esthetica 

  • Ethiek 

  • Geschiedfilosofie 

  • Godsdienstfilosofie   

  • Logica 

  • Milieufilosofie   

  • Metafysica 

  • Ontologie 

  • Politieke en sociale filosofie 

  • Rechtsfilosofie 

  • Retorica  

  • Taalfilosofie 

  • Wetenschapsfilosofie  

  • Wijsgerige antropologie ^
    Enerzijds heeft de filosofie dus veel terrein moeten prijsgeven als gevolg van de opkomst van de moderne wetenschappen, maar anderzijds zijn er voortdurend nieuwe disciplines waar de filosofie haar licht op laat schijnen. Op een bepaalde manier maakt ze deze door de wetenschappen opgeëiste kennisgebieden zelfs weer voor een deel tot de hare. 
    De traditionele deelterreinen van de filosofie zijn ook globaal op te delen in drie richtingen volgens hun studieobject:

  • gericht op de mens zoals wijsgerige antropologie, ethiek, esthetica, sociale filosofie en theologie;  

  • gericht op de natuur zoals metafysica en natuurfilosofie;  

  • gericht op menselijke kennis als logica, kennistheorie, retorica en wetenschapsfilosofie.  
    Hiernaast zijn in de twintigste eeuw enige specifieke terreinen opgekomen als existentialisme, postmodernisme, systeemtheorie en taalfilosofie. Minder expliciet is, dat sinds de 19e eeuw elke afzonderlijke wetenschap is gaan werken aan haar eigen grondslagen en hierbij kan de filosofie helpen om deze grondslagen te expliciteren. In de hedendaagse filosofie worden de filosofische vakgebieden duidelijk afgebakend. Dit gebeurt vooral in de filosofische onderzoeksinstituten aan de universiteiten.

Hoe wordt je filosoof?  

In de oorspronkelijke betekenis van filosofie zagen we dat het {verlangen en streven naar kennis en wijsheid} centraal staat. En de beoefenaar daarvan heette een filosoof. Tegenwoordig heet je een filosoof als je een universitaire studie filosofie met succes hebt afgerond. Het één sluit het andere niet uit, maar het betekent wél dat allėėn het streven en verlangen naar kennis en wijsheid niet voldoende is om als filosoof te worden aangemerkt. 

Maar is het bestuderen van filosofie en de beoefenaar daarvan (filosofen) wel voldoende om jezelf filosoof te noemen? Is het kennen en reproduceren van het gedachtengoed van anderen voldoende om als filosoof door het leven te gaan?

ik vind van niet. Ik verwacht van een filosoof een eigen menig, standpunt, denk- of zienswijze, al dan niet voortbouwend op theses van andere filosofen. Een studie – welke dan ook – maakt je niet automatisch tot een beoefenaar van die studie. Je hebt slechts het recht de bijbehorende titel van die studie te voeren. Overigens is de titel van filosoof niet beschermd, waardoor een ieder deze titel ongestraft kan voeren. Iets om over na te denken.

Mijn gedachtengoed  

Natuurlijk streef ook ik naar kennis, inzicht en wijsheid, daarbij geholpen door het gedachtengoed van grote denkers (Einstein; Sheldrake) én filosofen (Plato; Socrates; Kant; Sartre).  
De kentheorie1 staat in mijn beleving centraal, maar evenzeer probeer ik verbanden te leggen vanuit de metafysica2 en ontologie3

Voeg daar nog het existentialisme van Sartre aan toe en je krijgt een beeld van mijn overpeinzingen.

Niét wetenschappelijk, niét fragmentarisch, niét in één hokje te stoppen. Maar wél om over na te denken.

© Frank van Exter 

Bron: Wilkipedia

Onder metafysica verstaat men de leer die niet de realiteit onderzoekt zoals we die ervaren door middel van onze uiterlijke zintuigen maar datgene wat boven de materie uitgaat, de totaliteit van al het gegevene. Deze totaliteit kan zowel in een buiten onze wereld liggende ‘transcendentale’ werkelijkheid worden geponeerd, zoals Plato deed of in de vele ervaringsgegevens zelf, in een diepere grond waarin de gegevenheden alle zijn gefundeerd, de visie van Aristoteles.

Bron: Wikipedia

Bron: Wikipedia


  1. Kennistheorie, ook bekend als “epistemologie”, “kennisleer” of “kentheorie”, is een tak van de filosofie die er op gericht is na te gaan welke criteria bepalen wat gerechtvaardigde kennis is. Kennistheorie gaat over de voorwaarden voor, en de oorsprong en reikwijdte van kennis. Veel bekende filosofische problemen worden al eeuwen besproken binnen de kennistheorie, zoals de subjectiviteit van waarneming, het vaststellen van waarheid en de grenzen van het menselijke kenvermogen. 
  2. Metafysica betekent zoveel als wat na de natuur (fysica) komt of wat de natuur ‘overstijgt’. Het houdt zich bezig met vragen als “wat is bestaan, of er zijn?” De term metafysica is bekend geworden door Andronicus van Rhodos die de geschriften van Aristoteles ordende en uitgaf. Een aantal van die geschriften – waarvan de inhoud zeer divers was – plaatse hij na de fysica (meta fysica). 
  3. Ontologie is een tak van de metafysica. De ontologie is de zijnsleer. Het beschrijft de eigenschappen van het geheel van dingen, ‘entiteiten’, waarvan aangenomen wordt dat ze bestaan of althans zijn en probeert de fundamentele categorieën ervan te onderscheiden. De ontologie staat in nauwe wisselwerking met de fenomenologie en de epistemologie. 
Advertenties

Outside the box – Het andere denken

Denk buiten de vertrouwde kaders

Outside the box-denken1 is een modewoord in managementkringen. Letterlijk betekent het buiten de doos-denken, waarbij met de doos het bestaande denkkader van een organisatie of individu wordt bedoeld.
Binnen organisaties dreigt het gevaar van groepsdenken, waarbij een groep van op zich zeer bekwame personen zodanig wordt beïnvloed door groepsprocessen, dat de kwaliteit van groepsbesluiten vermindert.
Om hardnekkige problemen te boven te komen, moet men soms buiten de bestaande denkkaders kunnen treden.
Dit wordt bereikt door creatieve technieken te gebruiken zoals via het parallelle denken, het laterale denken en brainstormen.

Los het raadsel op

Het eerste gebruik van deze term wordt toegeschreven aan Mike Vance, een management consultant bij de Walt Disney Company.

De oorsprong ligt in de oplossing van een raadsel, waarbij negen punten met vier rechte lijnen doorkruist moeten worden. De manier2 om deze puzzel op te lossen is door buiten de kaders van de tekening te treden.
Bron: Wikipedia, waar je ook de oplossing vindt!

Niet-traditionele oplossingsrichtingen

Outside the box-denken is natuurlijk niet alleen voorbehouden aan organisaties, maar helpt ook op individueel niveau om problemen buiten de traditionele oplossingsrichtingen te benaderen. We zijn geneigd oplossingen voor vraagstukken te zoeken in de ons aangeleerde methoden en technieken; dat wat we niet weten of geleerd hebben, wordt niet in de oplossingsrichting betrokken.

Zo liggen vraagstukken betreffende ons universum (oneindigheid, zwaartekracht, ruimte-tijd) grotendeels buiten ons kennisspectrum. Het vergt 'grote denkers' als Newton en Einstein om ons op oplossingsrichtingen te wijzen. In een eerdere blogpost – De paradoxen van Zeno – besprak ik hoe Newton en Leibnitz de basis legden om de meer dan 2000 jaar oude paradox van “Achilles en de schildpad” op te lossen via de som van oneindige limieten.

© Frank van Exter


  1. De term out-of-the-box betekent dat een product – nadat het uit de verpakking is gehaald – direct kan worden gebruikt. De begrippen worden vaak door elkaar gehaald.  
  2. Er is nog een oplossing voor dit vraagstuk. Wordt op aanvraag toegestuurd 🙂 

Einstein voor dummies

De grootste dummy ben ik zélf…

Als ik 's nachts naar het uitspansel kijk, kijk ik naar het verleden. De sterrenhemel is als de schaduw op de wand van Plato's grot: een afspiegeling van de werkelijkheid.
Het licht van de dichtstbijzijnde ster buiten ons zonnestelsel Alpha Centauri doet er ruim vier jaar over om ons te bereiken. Het centrum van de Melkweg is 20.000 lichtjaar van ons verwijderd. En dat is nog maar één van de ontelbare sterrenstelsels.

De afstanden in het universum zijn zo onvoorstelbaar groot, dat zelfs het licht – c = 299 792 458 m/s – er veelal miljarden jaren over kan doen. En het heelal dijt nog steeds uit en zal dit naar alle waarschijnlijkheid ook blijven doen.

Diezelfde constante c (in vacuüm gemeten) vinden we terug in de beroemde formule van Albert Einstein: E = mc².
Daaruit volgt dat verandering van energie (E) gelijk is aan de verandering van massa (m), vermenigvuldigd met het kwadraat van de lichtsnelheid ©.
De massa-energierelatie is een verband tussen de natuurkundige grootheden massa en energie, dat in 1905 op theoretische gronden afgeleid door Albert Einstein uit zijn speciale relativiteitstheorie.
Bron: Wikipedia.

Een jong genie

Op 26 september 1905 – op zesentwintigjarige leegtijd – publiceerde Einstein zijn speciale relativiteitstheorie in het Duitse tijdschrift Annalen der Physik. Op 21 november plaatste het tijdschrift nog een artikel van zijn hand, waarin hij een gevolg van zijn nieuwe theorie verder onderzocht. Het artikel heette Ist die Trägheit eines Körpers von seinem Energieinhalt abhängig? (Is de traagheid van een lichaam afhankelijk van zijn energie-inhoud?) en het antwoord dat Einstein gaf, was “ja”.
Een lichaam (voorwerp) dat energie opneemt, bijvoorbeeld door licht te absorberen, krijgt een grotere traagheid (massa): het wordt minder gemakkelijk te versnellen. De toename van de massa Δm hangt samen met de opgenomen energie ΔE volgens de relatie ΔE = Δm.c² Hierin is c de lichtsnelheid (299 792 458 m/s). De massa-energierelatie kwam dus voort uit de relativiteitstheorie plus een voor de hand liggende, maar gewaagde aanname.
De theorie leert dat er niets sneller is dan de snelheid van het licht, hetgeen ook in de praktijk bevestigd wordt.
Wellicht worden we in ons denken beperkt door inzicht in meer-dimensionale tijd-ruimte concepten. In de snaartheorie houden natuurkundigen zelfs rekening met 10 of 11 dimensies.

© Frank van Exter