[De hitlijst van de woorden – NRC Reader](http://www.nrcreader.nl/artikel/6447/de-hitlijst-van-de-woorden)

.

Review door: NRC Reader

Het simpel tellen van de meest voorkomende woorden in de Nederlandse taal onthult veel over onze cultuur.

‘Eh’ is in gesproken Nederlands het meest voorkomende woordje, in geschreven Nederlands is dat: ‘de’. Daarna volgen: ‘en’, ‘in’, ‘van’ en ‘op’. Nummer 100 in de lijst is: ‘tussen’. Nummer 500: ‘muziek’.

Eindelijk is er nu een woordenboek dat de vijfduizend meest gebruikte woorden van het Nederlands behandelt. Niet alfabetisch, maar gerangschikt op frequentie. Dat begint met ‘de’ en eindigt met (de laatste 5 van de 5.000): ‘vermaken’, ‘ontbijten’, ‘überhaupt’, ‘telefoneren’ en ‘stenen’.

Het boek, tevens cd-rom, werd vervaardigd door twee medewerkers van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden en maakt deel uit van een internationale reeks waarin al eerder dergelijke woordenboeken voor tien andere talen zijn verschenen. Bij elk woord geeft het woordenboek de vertaling (in het Engels) én een pakkende voorbeeldzin. Dat is handig voor mensen die Nederlands willen leren. Want met deze vijfduizend woorden kom je een heel eind: ze dekken 95 procent van een willekeurige tekst of gesprek. De overige pak ’m beet tweehonderdduizend woorden van het Nederlands zijn goed voor de resterende 5 procent.

Daarnaast is dit frequentiewoordenboek interessant voor mensen die al lang Nederlands kennen. De frequentie van onze woorden zegt iets over hoe we naar de wereld om ons heen kijken. Wat is het meest genoemde seizoen? ‘Zomer’. Het meest gebruikte telwoord? ‘Twee’. De meest gebruikte kleur? ‘Rood’. Na ‘rood’ volgen ‘zwart’ en ‘wit’, daarna komen ‘groen’ en ‘geel’ en dan pas: ‘blauw’.

Lees het hele artikel hier.

Advertenties

Zindroom

</

Je smartphone piept. Er is nieuwe mail. Een mailtje met de intrigerende titel ‘Zindroom’. Even lezen….

Ontspannen via dromen is een uitstekende manier om je geest tot rust te brengen en de zorgen van alledag te vergeten. Dromen is een essentieel onderdeel van de slaap.
Zin in dromen kun je niet sturen; noch de inhoud, noch het verschijnsel. Maar door een paar randvoorwaarden in acht te nemen, kun je zorgen dat dromen wat makkelijker wordt. Laat me je meenemen naar dromenland.

”Sluit je ogen. Strek je ledematen en ontspan ze één voor één, net zo lang totdat ze loom en zwaar voelen. Daarbij denk je aan een mooie omgeving, bijvoorbeeld een park met lommerrijke bomen, groene grasvelden en fleurige veldbloemen. Je ligt in het gras, het zonnetje schijnt, de bomen ruisen, de vogels kwetteren en de zwoele geur van wilde bloesem streelt je neusgaten. Je valt in slaap en droomt van…”

Je lief ligt naast je en slaat zijn armen om je heen. Je rolt je op in zijn armen en geeft je over aan zijn warmte. Hij fluistert lieve woordjes in je oor en zegt dat ie van je houdt. Onder de aanraking van zijn handen val je in slaap en droomt van…

Een toevallige ontmoeting in het trappenhuis van de faculteit waar je studeert. De zon valt door de hoge ramen en geeft alles een romantisch tintje. Het is maar een kort gesprek, want je college begint over enkele minuten. Lichtvoetig vervolg je je weg, maar je voelt je op onverklaarbare wijze gelukkig.
In de collegezaal kun je daardoor moeilijk je
aandacht houden bij de monotone stem van de
professor. Je sluit je ogen en valt in slaap. Je droomt van…

Een oude filosoof in een grot, die je vertelt dat de schaduwen op de wanden van de grot een afspiegeling zijn van de werkelijkheid buiten. De mensheid leeft als het ware in het duister. Hij stelt de vraag of de werkelijkheid een droom is, of dat dromen juist de werkelijkheid zijn. Je denkt 'What the heck' en loopt de grot uit, het licht tegemoet.

Op dat moment wordt je wakker van een piepje van je smartphone. Er is nieuwe mail. Hé! Een mailtje met de intrigerende titel ‘Zindroom'. Even lezen….

© Frank van Exter

Tijd voor een nieuwe kalender?

Tijd voor een nieuwe kalender?

Té veel kalenders op één planeet

Ik ben al heel lang geïnteresseerd in tijdrekeningen, ook wel kalenders genoemd. Met name vanuit onze pogingen om grip te krijgen op het fenomeen tijd. Het streven om heden, verleden en toekomst een plaats te geven.

Historisch gezien zijn er veel tijdrekeningen, maar ook heden ten dage zijn er naast de Gregoriaanse kalender ook nog andere kalenders, waaronder de Chinese, de Islamitische en de Joodse tijdrekeningen. In Eritria (Ethiopië) hanteert men nog een eigen kalenderder met elementen van zowel de Koptische als de Juliaanse kalender. Dat is knap lastig al je daar een hotel wilt boeken.

Tijdrekeningen zijn grofweg in te delen op basis van de omloopsnelheid van de aarde rond de zon óf op basis van de beweging van de maan rond de aarde.

Al die verschillende tijdrekeningen zijn verwarrend en lastig op één planeet. Daarover nadenkend, kwam ik tot de conclusie dat het allemaal wel wat simpeler en gestroomlijnder kan. Een pleidooi voor één universele kalender c.q, tijdrekening.

De Exteriaanse tijdrekening

Een tijdrekening, gebaseerd op 13 perioden van 28 dagen, gelijk aan 52 weken van 7 dagen (= 364 dagen). Één dag en nog wat tekort voor de echte omloopsnelheid rond de zon, maar met de schrikkelcompensaties en het invoeren van een universele extra vrije dag – we ♥️ the universe – zou het zaakje weer in evenwicht zijn.
Natuurlijk zijn er veel nadelen, maar ook vele voordelen. Daar ga ik hier maar niet op in, want daar kun je een bibliotheek mee vullen.

Pedant

Het was natuurlijk pedant om te denken dat ik de eerste was om dit te bedenken. De Maya’s en andere volken gingen mij voor. Maar ook heden ten dage, zo blijkt uit onderstaand citaat:

In 2002 schreef Arguëlles zijn boek Time and the Technosphere, waarin hij voor het eerst melding maakt van zijn Law of Time.
Gebaseerd op zijn eerder werk meent Argüelles twee verschillende frequenties in hoe tijd werkt te hebben gevonden. De ene noemt hij de mechanische tijd en die zou een 12:60-verdeling hebben.
De andere frequentie noemt Argüelles de Natuurlijke Tijd. Die heeft een 13:20-verdeling. Meer uitleg hierover vind je hier.
Bron: Grenswetenschap

De Maya’s hadden een eigen tijdrekening

In het boek The Mayan Factor, Path Beyond Technology vinden we in essentie dezelfde redeneringen die pleiten voor een andere tijdrekening.
De Maya-hype is weer voorbij; het einde der tijden is niet gekomen. Dat einde zal nog wel een paar miljard jaar op zich laten wachten. Dus beide benen weer op de gron en de aandacht weer richten op andere zaken. Maar het kan geen kwaad om eens na te denken over hoe een andere, universele tijdrekening onze toekomst richting zou kunnen geven.

© Frank van Exter

De relatie tussen geest en ziel


The timing of astral disembodiment in which the spirit leaves the body has been captured by Russian scientist Konstantin Korotkov, who photographed a person at the moment of his death with a bioelectrographic camera.

Begripsverwarring

De woorden 'ziel' en 'geest' worden in onze taal door elkaar gebruikt, maar zijn niet helder gedefinieerd en mijns inziens niet synoniem.

De woorden komen veelvuldig voor in het taalgebruik, in verschillende en soms ook overeenkomende betekenissen. Een paar voorbeelden:
de geest geven versus zieltogend;
geestverwanten versus zielsverwanten.

Ook in andere uitdrukkingen komen we de woorden tegen: met hart en ziel, De Heilige Geest, geestrijk vocht, de ziel van een fles, geestdodend, zielig, geestig, et cetera.
In het taalgebruik zou een goed onderscheid welkom zijn, om verwarring in de betekenis te voorkomen. Wie er de Van Dale op naslaat, wordt ook niet veel wijzer.

Concilie van Constantinopel

De begripsverwarring is onder andere veroorzaakt doordat tijdens het vierde Concilie van Constantinopel (870 na Chr.) werd bepaald dat de mens een ‘rationele en intellectuele ziel’ heeft (Canon 11). Anders geformuleerd: Er werd vastgesteld dat de mens uit twee delen bestond, uit lichaam en ziel, waarbij de ziel enige geestelijke eigenschappen had. Het begrip ‘geest’ werd in dat concilie exclusief door de Rooms-Katholieke kerk geclaimd. Hiermee kwam een einde aan de idee, dat de ‘ziel’ en de ‘geest’ twee kanten van dezelfde medaille zijn. Het Protestantisme verwerpt overigens de conclusies van dat vierde concilie.

De betekenis van 'ziel'

In het Woordenboek der Nederlandsche Taal vinden we meer over de oorsprong van de woorden ‘ziel’ en ‘geest’.
Het woord ‘ziel’ betekent oorspronkelijk: inwendige ruimte, afgesloten holte, nauw aansluitend jasje. Het hangt samen met het oude woord ‘salida’: woonplaats, onderkomen, zaal. Het houdt ook verband met ‘saiwala’, een oud woord dat binnenzee of meer betekent, wat een afgesloten hoeveelheid stilstaand water is; de ziel heeft ook dat aanzicht. Ziel hangt verder samen met het oude woord ‘aiolos’, met de betekenis van: het beweegbare, het veranderlijke. Dit betekent dat het begrip ‘ziel’ wordt uitgebeeld door het stilstaande water, dat door iets anders wordt bewoond en door iets anders kan worden bewogen, namelijk door de geest, die er ook de bron van is.

De betekenis van 'geest'

Het woord ‘geest’ hangt onder andere samen met het oude woord ‘geisa’: koken, bruisen; met ‘geiser’: een regelmatig uit zichzelf werkzame springbron en met ‘gutsen’: krachtig uitstromen. Verder hangt het samen met ‘gist’, waarvan de betekenis is: het van leven bruisende. Daarnaast betekent ‘gist’ ook: het wezenlijke. Het woord 'geest' houdt bovendien verband met het oude woord ‘usgeisnan’, met de betekenis van: datgene, dat in vervoering kan raken en uit kan treden (‘uitgeesten’). Dat betekent dat het begrip ‘geest’ wordt uitgebeeld door de uit zichzelf werkzame bron van bruisend, levend water, die in beweging kan komen en kan rusten. Hiervan uitgaande ben je als geest het wezenlijke, de levende, werkzame eenheid; je bent de uit zichzelf bewegende kracht: de levenskracht.

De goddelijke kern

Als je aan mensen vraagt wat er na de dood naar de hemel gaat, dan zul je in veel gevallen als antwoord ‘de ziel’ krijgen. Etymologisch zou je echter beter kunnen zeggen dat ‘de geest’ naar de hemel gaat – terug naar de ‘algeest’ – in de aanname dat de ‘geest’ de goddelijke kern is in elk mens.
Dit beeld past ook in het geloof in reïncarnatie, waarbij de ‘geest’ tijdens de conceptie weer bezit neemt van een nieuw stoffelijk omhulsel. De ‘ziel’ is dan de optelsom van alle ervaringen, kennis en kunde die een mens in zijn leven opdoet. De ‘geest’ is dan het gemeenschappelijke – de goddelijke kern – in elk mens; de ‘ziel’ onderscheidt ons van andere individuen.

Geestkunde

Freek van Leeuwen beschrijft de relatie tussen ‘geest’ en ‘ziel’ op beeldende wijze in zijn boek Geestkunde:

“De geest is de scheppend werkzame vormkracht. De geest is de kracht die werkt, arbeid verricht en in beweging brengt door middel van zijn eigen vermogens. Het is de geest die met behulp van zijn geestelijke vermogens een geestelijke ontwikkeling doormaakt naar hereniging met de algeest. De ziel is daarentegen de afgesloten holte, de binnenkamer, de binnenwereld, waarin de geest als middelpunt aanwezig is. De geest is de kern, de geest is het hart van de ziel. Als de geest in zichzelf werkzaam wordt door middel van zijn vermogens, dan straalt de geest om zich heen een krachtruimte uit (Latijn ‘aura’: uitwaseming).

De ziel is de van de geest als kracht uitstralende krachtruimte in de vorm van een ruimte die bewoonbaar en vormbaar is. In die ruimte kunnen door de geest denkbeelden worden afgedrukt en herinneringen vastgehouden en opgeroepen. Zij worden daar door de geest opgeroepen en bewerkt en verwerkt met behulp van zijn vermogens.
De ziel omvat een deel met inhouden, waarvan je je bewust bent doordat je het in je eigen binnenwereld kunt waarnemen: de bewustzijnsruimte.”

Het concept collectieF bewustzijn van Carl Gustav Jung en de morfologische velden van Rupert Sheldrake zijn interessante benaderingen om eens na te denken over de samenhang tussen de begrippen ruimte-tijd, geest en ziel.

© Frank van Exter

Outside the box – Het andere denken

Denk buiten de vertrouwde kaders

Outside the box-denken1 is een modewoord in managementkringen. Letterlijk betekent het buiten de doos-denken, waarbij met de doos het bestaande denkkader van een organisatie of individu wordt bedoeld.
Binnen organisaties dreigt het gevaar van groepsdenken, waarbij een groep van op zich zeer bekwame personen zodanig wordt beïnvloed door groepsprocessen, dat de kwaliteit van groepsbesluiten vermindert.
Om hardnekkige problemen te boven te komen, moet men soms buiten de bestaande denkkaders kunnen treden.
Dit wordt bereikt door creatieve technieken te gebruiken zoals via het parallelle denken, het laterale denken en brainstormen.

Los het raadsel op

Het eerste gebruik van deze term wordt toegeschreven aan Mike Vance, een management consultant bij de Walt Disney Company.

De oorsprong ligt in de oplossing van een raadsel, waarbij negen punten met vier rechte lijnen doorkruist moeten worden. De manier2 om deze puzzel op te lossen is door buiten de kaders van de tekening te treden.
Bron: Wikipedia, waar je ook de oplossing vindt!

Niet-traditionele oplossingsrichtingen

Outside the box-denken is natuurlijk niet alleen voorbehouden aan organisaties, maar helpt ook op individueel niveau om problemen buiten de traditionele oplossingsrichtingen te benaderen. We zijn geneigd oplossingen voor vraagstukken te zoeken in de ons aangeleerde methoden en technieken; dat wat we niet weten of geleerd hebben, wordt niet in de oplossingsrichting betrokken.

Zo liggen vraagstukken betreffende ons universum (oneindigheid, zwaartekracht, ruimte-tijd) grotendeels buiten ons kennisspectrum. Het vergt 'grote denkers' als Newton en Einstein om ons op oplossingsrichtingen te wijzen. In een eerdere blogpost – De paradoxen van Zeno – besprak ik hoe Newton en Leibnitz de basis legden om de meer dan 2000 jaar oude paradox van “Achilles en de schildpad” op te lossen via de som van oneindige limieten.

© Frank van Exter


  1. De term out-of-the-box betekent dat een product – nadat het uit de verpakking is gehaald – direct kan worden gebruikt. De begrippen worden vaak door elkaar gehaald.  
  2. Er is nog een oplossing voor dit vraagstuk. Wordt op aanvraag toegestuurd 🙂 

Valkuilen in het denken

Logica

Eerder stipte ik in twee ‘schrijfsels’ het laterale denken en het
parallelle denken van Edward de Bono aan.
Beide manieren van denken hoeven niet onderhevig te zijn aan de regels van de logia, waardoor ze van grote waarde kunnen zijn voor ideeënmanagement.
De klassieke logica, met zijn strikte regels om te redeneren, heeft ook zijn charme en leidt vaak tot heldere conclusies. Maar er zijn ook valkuilen, met name door statistische1 gegevens te presenteren als een logische redenering. Een voorbeeld dat makkelijk te falsifiëren is, gaat als volgt:
– Gegeven 1. In Twente verblijven gemiddeld meer ooievaars dan in de rest van Nederland;
– Gegeven 2. Twente kent een gemiddeld hoger geboortecijfer dan elders in Nederland;
– Conclusie: Er is in Twente een relatie tussen het hogere aantal ooievaars en het hogere geboortecijfer.

We weten dat dit niet waar is, maar het lijkt logisch. De verklarende factor – het schone milieu – komt in de redenering niet voor en is ook niet zonder nadere informatie te achterhalen. Dit type ontbrekende factoren2 noemen we
interveniërende variabelen.

De bedrieglijke schijn

We moeten ons er altijd van bewust zijn, dat schijnbaar logische redeneringen onwaar kunnen zijn. Ik zal dit aan de hand van een voorbeeld3 uitleggen hoe vaag de scheidingslijnen tussen waar en niet-waar kunnen zijn:

De Romeinse schrijver Vitruvius, verhaalt hoe koning Hiero van Syracuse aan een goudsmid opdracht had gegeven een kroon voor hem te maken. Toen de kroon was afgeleverd, verdacht Hiero de edelsmid ervan dat hij een gedeelte van het meegekregen goud had vervangen door het goedkopere zilver. Hiero vroeg daarom aan Archimedes of hij deze wandaad zou kunnen bewijzen, en dat zonder de kroon te beschadigen (wat dat betreft had de smid zijn werk goed gedaan). Geheel in beslag genomen door dit probleem bezocht Archimedes het badhuis, en daar ontdekte hij bij het in bad stappen dat ‘de hoeveelheid water die over de rand gutste gelijk was aan de hoeveelheid lichaam die werd ondergedompeld’. Meteen rende Archimedes, nog nat en naakt, naar huis, onder het roepen van ‘Heurèka!’, Grieks voor ‘Ik heb (het) gevonden.’

Zo zover klopt het verhaal, maar de zinsnede in Belastingwerk “dat de hoeveelheid water die over de rand gutste gelijk was aan de hoeveelheid lichaamsgewicht” behoeft wel wat toelichting. Niet het gewicht, maar het volume van het verplaatste water is de discriminerende factor.

Belastingwerk is wel in goed gezelschap van Vitruvius, maar dit betekent nog niet dat Vitruvius Archimedes goed begrepen had. Immers, de wet van Archimedes luidt dat “een lichaam, dat geheel of gedeeltelijk in een vloeistof is gedompeld, ondervindt een opwaartse kracht, gelijk aan het gewicht van de verplaatste vloeistof".
Hierdoor vermindert het gewicht van het lichaam (schijnbaar) evenveel als de verplaatste vloeistof weegt.

Een nadere precisiëring

Galilei schreef in een van zijn eerste werken zeker te weten dat Archimedes het probleem anders had opgelost, alleen al omdat de door Vitruvius geschetste manier om het volume te bepalen te onnauwkeurig was om precies vast te kunnen stellen hoéveel goud de smid had achtergehouden.
Het volume van de kroon kon volgens Galilei beter achterhaald worden door juist wél van de wet van Archimedes gebruik te maken.
De kroon moet tweemaal gewogen worden, eerst gewoon en daarna ondergedompeld in water.
Het verschil in gewicht is te danken aan de opwaartse kracht in water (soortelijk gewicht 1) en geeft het volume aan. Het product van volume en het soortelijk gewicht van goud (=19,2) zou dan bij een geheel gouden kroon gelijk moeten zijn zijn aan het verschil in gewicht. Wijkt dit af, dan is er geknoeid en kan er vastgesteld worden in welke mate er ander materiaal is gebruikt (soortelijk gewicht = volume / 19,2).

Interveniërende variabelen

Vitruvius dacht dus inderdaad andersom, maar dit ‘dwarsdenken’ leidde nog niet tot begrip. Het omkeren van het denken heeft dan ook meer te maken met het innemen van tegenovergestelde posities, dan met het verkrijgen van inzicht door niet-gerelateerde variabelen in het denkproces te betrekken. Deze interveniërende variabelen zijn niet altijd uit de logica af te leiden en moeten door laterale en parallelle denkproces in kaart worden gebracht.

© Frank van Exter


  1. There are three kinds of lies: lies, damned lies and statistics… 
  2. Factoranalyse als wetenschappelijke methode van onderzoek is berucht door het ontbrekeken van verklarende factoren. Er komt uit de analyse slechts variabelen die je er zélf hebt ingestopt. 
  3. In Belastingwerk maart 2002 wordt de toespraak van directeur-generaal mevrouw Jenny Thunnissen gebruikt om lezers te vertellen over het fenomeen dwarsdenken

Einstein voor dummies

De grootste dummy ben ik zélf…

Als ik 's nachts naar het uitspansel kijk, kijk ik naar het verleden. De sterrenhemel is als de schaduw op de wand van Plato's grot: een afspiegeling van de werkelijkheid.
Het licht van de dichtstbijzijnde ster buiten ons zonnestelsel Alpha Centauri doet er ruim vier jaar over om ons te bereiken. Het centrum van de Melkweg is 20.000 lichtjaar van ons verwijderd. En dat is nog maar één van de ontelbare sterrenstelsels.

De afstanden in het universum zijn zo onvoorstelbaar groot, dat zelfs het licht – c = 299 792 458 m/s – er veelal miljarden jaren over kan doen. En het heelal dijt nog steeds uit en zal dit naar alle waarschijnlijkheid ook blijven doen.

Diezelfde constante c (in vacuüm gemeten) vinden we terug in de beroemde formule van Albert Einstein: E = mc².
Daaruit volgt dat verandering van energie (E) gelijk is aan de verandering van massa (m), vermenigvuldigd met het kwadraat van de lichtsnelheid ©.
De massa-energierelatie is een verband tussen de natuurkundige grootheden massa en energie, dat in 1905 op theoretische gronden afgeleid door Albert Einstein uit zijn speciale relativiteitstheorie.
Bron: Wikipedia.

Een jong genie

Op 26 september 1905 – op zesentwintigjarige leegtijd – publiceerde Einstein zijn speciale relativiteitstheorie in het Duitse tijdschrift Annalen der Physik. Op 21 november plaatste het tijdschrift nog een artikel van zijn hand, waarin hij een gevolg van zijn nieuwe theorie verder onderzocht. Het artikel heette Ist die Trägheit eines Körpers von seinem Energieinhalt abhängig? (Is de traagheid van een lichaam afhankelijk van zijn energie-inhoud?) en het antwoord dat Einstein gaf, was “ja”.
Een lichaam (voorwerp) dat energie opneemt, bijvoorbeeld door licht te absorberen, krijgt een grotere traagheid (massa): het wordt minder gemakkelijk te versnellen. De toename van de massa Δm hangt samen met de opgenomen energie ΔE volgens de relatie ΔE = Δm.c² Hierin is c de lichtsnelheid (299 792 458 m/s). De massa-energierelatie kwam dus voort uit de relativiteitstheorie plus een voor de hand liggende, maar gewaagde aanname.
De theorie leert dat er niets sneller is dan de snelheid van het licht, hetgeen ook in de praktijk bevestigd wordt.
Wellicht worden we in ons denken beperkt door inzicht in meer-dimensionale tijd-ruimte concepten. In de snaartheorie houden natuurkundigen zelfs rekening met 10 of 11 dimensies.

© Frank van Exter

…over alles wat me inspireert