Categorie archief: Taal

Heeft de traditionele journalistiek nog wel toekomst?  

Nu er wereldwijd steeds meer mensen toegang tot internet krijgen, zien we de hoeveelheid beschikbare informatie exponentieel toenemen. 
Naast de traditionele media (tv, radio, kranten en magazines) zien we nieuwe aanbieders als YouTube, Wikipedia, nieuwssites, bloggers, podcasters, vloggers en nog veel meer.

Elk voordeel heeft zijn nadeel (op. cit. Cruyff) en dat betekent dat het zoeken naar waarheidsgetrouwe informatie steeds moeilijker wordt.  
Nu is waarheid een begrip dat multi-interpretabel is, maar duidelijk is wel dat onze waarneming een simulatie is van de werkelijkheid (Plato; Kant).

Als lezer van een bepaalde krant (De Telegraaf; NRC; Trouw; De Volkskrant) of kijker naar een bepaalde omroep (VPRO;EO;Vara/BNN) weten we dat de geboden informatie gekleurd is, maar verwachten we wél dat de informatie feitelijk juist is. Het probleem voor de consument is echter dat het weglaten van bepaalde informatie de opinievorming op het verkeerde been kan zetten. Recente voorbeelden in Nederland zijn de berichtgeving over MH17 en V&D, waarin sprake is van onvolledige informatie (V&D) en té weinig transparantie van de overheid.  
We zouden een boek kunnen vullen met voorbeelden, waardoor het niet verwonderlijk is dat het slecht gesteld is met het vertrouwen in zowel de journalistiek als de berichtgeving van de overheid.

Het gevolg is dat consumenten steeds meer hun eigen waarheidsvinding gaan zoeken op internet of bij familie en vrienden. 

Een ander gevolg is dat complottheorieën welig tieren op het internet, waardoor het vertrouwen in berichtgeving nog verder afneemt. Het volgende artikelen moge dit verduidelijken:

Wanneer spreekt een journalist de waarheid?  

Nieuwsconsumenten vertrouwen sinds ongeveer twee jaar liever op hun eigen zoekresultaten, die ze vinden via Google News, dan op nieuws dat gebracht wordt door traditionele media. Dit blijkt uit wereldwijd onderzoek van het Amerikaanse bureau Edelman, begin dit jaar gepubliceerd.
Andere opvallende uitkomst: mensen vertrouwen het meest op nieuws dat hen bereikt via vrienden en familie (78 procent). Daarop volgt het nieuws dat gedeeld wordt door academische experts (65 procent). Het minste vertrouwen krijgt nieuws dat gebracht wordt door degenen die er hun vak van hebben gemaakt: journalisten (44 procent).
Uit recent Brits onderzoek blijkt dat journalisten als buitengewoon onbetrouwbaar worden gezien. In de top van minst betrouwbare beroepen staan journalisten op de vierde plaats, achter makelaars (3), leden van de regering (2) en politici (1). Wie dan wel betrouwbaar is? De kapper.  

Bron: Trouw
Waar de toekomst ons gaat brengen met betrekking tot feitelijke berichtgeving en waarheidsvinding moeten we maar afwachten, maar dat de ontwikkelingen niet stil staan. leest u in:

Hebben we dadelijk nog nieuwsapps?

Hoe lang lezen we nieuws nog in traditionele nieuwsapps? Opeens is er een nieuwsapp op de iPhone die geen voorpagina, geen nieuwscategorieën en zelfs geen complete artikelen bevat. De app van Quartz laat je in plaats daarvan chatten met het nieuws. De app werpt een onderwerp op en jij geeft aan of je er meer over wilt lezen, of naar het volgende onderwerp gaat. Een donderslag bij heldere hemel? Wie langer naar de trends in app- en mediaconsumptie kijkt, zag het misschien wel aankomen. Nieuws in sociale (chat)apps rukt op.  

Bron: iCultures

Advertenties

Vervreemding

Vervreemding is een proces waarbij mensen zich niet meer eigen voelen omdat men het idee heeft geen invloed te kunnen uitoefenen op de ontwikkelingen. Het begrip is onder meer uitgewerkt in de filosofie, psychologie, sociologie, theologie, rechtsgeleerdheid en politieke economie, met als gevolg dat er uiteenlopende concepten zijn ontstaan. Bron: Wikipedia
Het concept vervreemding heeft me altijd gefascineerd. Niet in de betekenis van Hegel of Marx, waarmee we als – min of meer – geëngageerde studenten werden doodgegooid.  

Wél als handvat om in mijn studententijd mede-studenten op het verkeerde been te zetten. Ik had met een paar vrienden de filosoof Rudolphus Brennheimer gecreëerd, uit wiens werk we – te pas en te onpas – pseudo filosofische uitspraken citeerden. Dat leidde vaak tot hilarische discussies als onze ‘opponenten’ beweerden het werk van de ‘grote filosoof’ te kennen.
Dit alles schoot me weer te binnen, toen ik het stukje van Dr. Kuitenbrouwer las: Relatiestatus – de taal van sociale media. Lezenswaardig én hilarisch!

Meer opmerkelijke stukken van deze taalvirtuoos vind je in Logboek Dr. Kuitenbrouwer : Taalkliniek

[De hitlijst van de woorden – NRC Reader](http://www.nrcreader.nl/artikel/6447/de-hitlijst-van-de-woorden)

.

Review door: NRC Reader

Het simpel tellen van de meest voorkomende woorden in de Nederlandse taal onthult veel over onze cultuur.

‘Eh’ is in gesproken Nederlands het meest voorkomende woordje, in geschreven Nederlands is dat: ‘de’. Daarna volgen: ‘en’, ‘in’, ‘van’ en ‘op’. Nummer 100 in de lijst is: ‘tussen’. Nummer 500: ‘muziek’.

Eindelijk is er nu een woordenboek dat de vijfduizend meest gebruikte woorden van het Nederlands behandelt. Niet alfabetisch, maar gerangschikt op frequentie. Dat begint met ‘de’ en eindigt met (de laatste 5 van de 5.000): ‘vermaken’, ‘ontbijten’, ‘überhaupt’, ‘telefoneren’ en ‘stenen’.

Het boek, tevens cd-rom, werd vervaardigd door twee medewerkers van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden en maakt deel uit van een internationale reeks waarin al eerder dergelijke woordenboeken voor tien andere talen zijn verschenen. Bij elk woord geeft het woordenboek de vertaling (in het Engels) én een pakkende voorbeeldzin. Dat is handig voor mensen die Nederlands willen leren. Want met deze vijfduizend woorden kom je een heel eind: ze dekken 95 procent van een willekeurige tekst of gesprek. De overige pak ’m beet tweehonderdduizend woorden van het Nederlands zijn goed voor de resterende 5 procent.

Daarnaast is dit frequentiewoordenboek interessant voor mensen die al lang Nederlands kennen. De frequentie van onze woorden zegt iets over hoe we naar de wereld om ons heen kijken. Wat is het meest genoemde seizoen? ‘Zomer’. Het meest gebruikte telwoord? ‘Twee’. De meest gebruikte kleur? ‘Rood’. Na ‘rood’ volgen ‘zwart’ en ‘wit’, daarna komen ‘groen’ en ‘geel’ en dan pas: ‘blauw’.

Lees het hele artikel hier.

De relatie tussen geest en ziel


The timing of astral disembodiment in which the spirit leaves the body has been captured by Russian scientist Konstantin Korotkov, who photographed a person at the moment of his death with a bioelectrographic camera.

Begripsverwarring

De woorden 'ziel' en 'geest' worden in onze taal door elkaar gebruikt, maar zijn niet helder gedefinieerd en mijns inziens niet synoniem.

De woorden komen veelvuldig voor in het taalgebruik, in verschillende en soms ook overeenkomende betekenissen. Een paar voorbeelden:
de geest geven versus zieltogend;
geestverwanten versus zielsverwanten.

Ook in andere uitdrukkingen komen we de woorden tegen: met hart en ziel, De Heilige Geest, geestrijk vocht, de ziel van een fles, geestdodend, zielig, geestig, et cetera.
In het taalgebruik zou een goed onderscheid welkom zijn, om verwarring in de betekenis te voorkomen. Wie er de Van Dale op naslaat, wordt ook niet veel wijzer.

Concilie van Constantinopel

De begripsverwarring is onder andere veroorzaakt doordat tijdens het vierde Concilie van Constantinopel (870 na Chr.) werd bepaald dat de mens een ‘rationele en intellectuele ziel’ heeft (Canon 11). Anders geformuleerd: Er werd vastgesteld dat de mens uit twee delen bestond, uit lichaam en ziel, waarbij de ziel enige geestelijke eigenschappen had. Het begrip ‘geest’ werd in dat concilie exclusief door de Rooms-Katholieke kerk geclaimd. Hiermee kwam een einde aan de idee, dat de ‘ziel’ en de ‘geest’ twee kanten van dezelfde medaille zijn. Het Protestantisme verwerpt overigens de conclusies van dat vierde concilie.

De betekenis van 'ziel'

In het Woordenboek der Nederlandsche Taal vinden we meer over de oorsprong van de woorden ‘ziel’ en ‘geest’.
Het woord ‘ziel’ betekent oorspronkelijk: inwendige ruimte, afgesloten holte, nauw aansluitend jasje. Het hangt samen met het oude woord ‘salida’: woonplaats, onderkomen, zaal. Het houdt ook verband met ‘saiwala’, een oud woord dat binnenzee of meer betekent, wat een afgesloten hoeveelheid stilstaand water is; de ziel heeft ook dat aanzicht. Ziel hangt verder samen met het oude woord ‘aiolos’, met de betekenis van: het beweegbare, het veranderlijke. Dit betekent dat het begrip ‘ziel’ wordt uitgebeeld door het stilstaande water, dat door iets anders wordt bewoond en door iets anders kan worden bewogen, namelijk door de geest, die er ook de bron van is.

De betekenis van 'geest'

Het woord ‘geest’ hangt onder andere samen met het oude woord ‘geisa’: koken, bruisen; met ‘geiser’: een regelmatig uit zichzelf werkzame springbron en met ‘gutsen’: krachtig uitstromen. Verder hangt het samen met ‘gist’, waarvan de betekenis is: het van leven bruisende. Daarnaast betekent ‘gist’ ook: het wezenlijke. Het woord 'geest' houdt bovendien verband met het oude woord ‘usgeisnan’, met de betekenis van: datgene, dat in vervoering kan raken en uit kan treden (‘uitgeesten’). Dat betekent dat het begrip ‘geest’ wordt uitgebeeld door de uit zichzelf werkzame bron van bruisend, levend water, die in beweging kan komen en kan rusten. Hiervan uitgaande ben je als geest het wezenlijke, de levende, werkzame eenheid; je bent de uit zichzelf bewegende kracht: de levenskracht.

De goddelijke kern

Als je aan mensen vraagt wat er na de dood naar de hemel gaat, dan zul je in veel gevallen als antwoord ‘de ziel’ krijgen. Etymologisch zou je echter beter kunnen zeggen dat ‘de geest’ naar de hemel gaat – terug naar de ‘algeest’ – in de aanname dat de ‘geest’ de goddelijke kern is in elk mens.
Dit beeld past ook in het geloof in reïncarnatie, waarbij de ‘geest’ tijdens de conceptie weer bezit neemt van een nieuw stoffelijk omhulsel. De ‘ziel’ is dan de optelsom van alle ervaringen, kennis en kunde die een mens in zijn leven opdoet. De ‘geest’ is dan het gemeenschappelijke – de goddelijke kern – in elk mens; de ‘ziel’ onderscheidt ons van andere individuen.

Geestkunde

Freek van Leeuwen beschrijft de relatie tussen ‘geest’ en ‘ziel’ op beeldende wijze in zijn boek Geestkunde:

“De geest is de scheppend werkzame vormkracht. De geest is de kracht die werkt, arbeid verricht en in beweging brengt door middel van zijn eigen vermogens. Het is de geest die met behulp van zijn geestelijke vermogens een geestelijke ontwikkeling doormaakt naar hereniging met de algeest. De ziel is daarentegen de afgesloten holte, de binnenkamer, de binnenwereld, waarin de geest als middelpunt aanwezig is. De geest is de kern, de geest is het hart van de ziel. Als de geest in zichzelf werkzaam wordt door middel van zijn vermogens, dan straalt de geest om zich heen een krachtruimte uit (Latijn ‘aura’: uitwaseming).

De ziel is de van de geest als kracht uitstralende krachtruimte in de vorm van een ruimte die bewoonbaar en vormbaar is. In die ruimte kunnen door de geest denkbeelden worden afgedrukt en herinneringen vastgehouden en opgeroepen. Zij worden daar door de geest opgeroepen en bewerkt en verwerkt met behulp van zijn vermogens.
De ziel omvat een deel met inhouden, waarvan je je bewust bent doordat je het in je eigen binnenwereld kunt waarnemen: de bewustzijnsruimte.”

Het concept collectieF bewustzijn van Carl Gustav Jung en de morfologische velden van Rupert Sheldrake zijn interessante benaderingen om eens na te denken over de samenhang tussen de begrippen ruimte-tijd, geest en ziel.

© Frank van Exter